iO170

AVALAND

Theater Of Sorcery
(ROCKSHOTS RECORDS)
#metal #conceptalbum #fantasy

Avaland is een metaloperaproject uit de hoge hoed van de 22-jarige Adrien G. Gzagg. Debuutalbum Theater Of Sorcery gaat over de jonge tovenaar Adam Wilstorm (vocaal vertolkt door Gzagg) die de macht heeft om het licht terug te brengen in het koninkrijk van Avaland maar daarvoor eerst zijn toverkrachten moet leren beheersen. De jonge Fransman regisseerde, schreef en componeerde alles zelf en hij verzamelde acht vocalisten om het verhaal te vertellen. Onder meer Emmanuelson (Rising Steel), Zaher Zorgati (Myrath), Heli Andrea (Mobius) en Madie (Nightmare) zijn te horen op Theater Of Sorcery. Wie gelijk aan Arjen Lucassen of Tobias Sammet moet denken, zit er niet ver naast; Gzagg liet zich inspireren door het werk van beide heren. Met epische bombast weet hij je vanaf de eerste minuut mee te nemen in zijn fantasiewereld en dankzij aanstekelijke refreinen, sterke composities (met een duidelijke focus op gitaar) en een dynamische geluidsmix houdt hij je tot het einde geboeid. Theater Of Sorcery zou echter nog sterker zijn geweest als er wat meer symfonische elementen waren geweest. In I'll Be Ready For Your Love en Gypsum Flower komen er wel respectievelijk een piano en een viool tevoorschijn, maar ze worden snel weggedrukt door de gitaar. Helaas komt het verhaal ook niet altijd goed over. Dit is vooral te wijten aan de mannelijke zangers, die qua stemgeluid iets te veel op elkaar lijken. Hierdoor is het – vooral zonder songteksten – lastig om de personages uit elkaar te houden. In Let The Wind Blow en Never Let Me Walk Alone is dit iets minder het geval doordat een van de zangeressen aanwezig is. Je hoort dat het verhaal progressie maakt, maar de details van Adam Wilstorms reis komen niet goed tot hun recht en dat is jammer. Desalniettemin levert de jonge muzikant (nogmaals: hij is pas 22!) met Theater Of Sorcery een zeer sterk debuut af. Als Gzagg deze lijn doortrekt, zichzelf nog verder ontwikkelt en de ruwe randjes weet af te slijpen, zou hij best eens een nieuw Arjen Lucassen of Tobias Sammet kunnen worden.

STEPHEN CRANE

Kicks
(AOR HEAVEN)
#AOR #jarentachtig

Als we het platenlabel moeten geloven, is deze heruitgave (wereldwijd gelimiteerd tot vijfhonderd exemplaren!) van Stephen Cranes Kicks nooit eerder op cd verschenen. Na een kleine zoektocht op internet blijkt dit niet helemaal te kloppen, want in 2016 was er ook al een gelimiteerde lp/cd-heruitgave (duizend stuks) verkrijgbaar via Sunset Dreams Records. De keuze om opnieuw met zo'n kleine oplage te komen, ontgaat me een beetje. Kicks is namelijk een zeer solide AOR-plaat waar geen slecht nummer op te vinden is. Muzikaal hoor je duidelijke parallellen met andere artiesten uit de jaren tachtig. Zo klinken I Can't Wait en titelnummer Kicks als een mix van Journey en Van Halen en zou Victims Of Love niet hebben misstaan op End Of The Innocence van Don Henley. Joanne heeft muzikaal dan weer wat weg van het vroege werk van Pat Benatar, terwijl All My Love en Back On My Feet Again zo van Toto hadden kunnen zijn. Dat laatste is overigens niet heel vreemd, want Steve Lukather en de gebroeders Porcaro (Jeff, Mike en Steve) spelen allemaal mee op het album. Liefhebbers van de bovenstaande artiesten zitten bij Kicks zeker goed.

A GARDENING CLUB PROJECT

The Time Trilogy
(MELODIC REVOLUTION RECORDS)
#ep #zeersfeervol #tekort #stiekemeentip

A Gardening Club Project is een project van de progressieve singer-songwriter Martin Springett. Voor The Time Trilogy ging de Canadees de samenwerking aan met gitarist Kevin Laliberte en bassist Drew Birston van de Sultans of String. Forever Leaving Home brengt je bij de eerste noten van de flamencogitaar direct naar de bemanning van een schip dat op weg lijkt te zijn naar een Arabische eindbestemming. De basgitaar is de muzikale personificatie van het watervoertuig terwijl het over de door percussie gesimuleerde zee vaart. De stem van Springett is als een verteller die het verhaal van het schip en de bemanning aan je voordraagt. Dit gevoel wordt voorgezet in Sister Of Theft waarop ook de Syrische violist Sari Alesh te horen is. Alesh was ooit een gevierd violist bij het nationale orkest van Syrië, maar vanwege de oorlog vluchtte hij naar Canada. Zijn spel voegt een extra dimensie aan het geheel toe en benadrukt de invloeden van het Midden-Oosten. Woman In The Waves lijkt dan weer zo uit een mysterieus zeevaardersverhaal te komen. Dat belooft wat voor de rest, zou je denken, maar na het laatstgenoemde nummer zit het er al op. Met minder dan vijftien minuten is The Time Trilogy erg kort. Dat is jammer, want de sfeervolle instrumentatie, mysterieuze teksten en Springetts zang zijn van een torenhoog niveau. Was dit een volledig album geweest, dan zou een Tip, misschien zelfs een Vette Krent, niet hebben misstaan.

TOUCH

Tomorrow Never Comes
(ESCAPE MUSIC)
#soortAOR #4zangers #inhetverledenblijvenhangen

Touch is een Amerikaanse AOR-band die begin jaren tachtig aardig wat succes had in eigen land dankzij de single Don't You Know What Love Is. Na de release van Touch II (1982) gingen gitarist Craig Brooks, toetsenist Mark Mangold, drummer Glenn Kithcart en bassist Doug Howard ieder hun eigen weg. Bijna veertig jaar later zijn de mannen weer bij elkaar gekomen om Touch nieuw leven in te blazen. Het resultaat van deze heropleving is Tomorrow Never Comes. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: morgen had voor Touch niet hoeven komen. Het geheel klinkt nogal gedateerd en het lijkt net alsof de band is verdergegaan waar die al die jaren geleden gebleven was. Zo komen de tonen van de synthesizer uit een oubollige videogame en klinkt het geluid van de andere instrumenten een beetje dof. De zang wordt verzorgd door alle leden en ook dit is niet zo'n succes. De hogere noten in bijvoorbeeld Let It Come zijn echt tegen het randje en de zang bij de rest van het repertoire ligt niet fijn in het gehoor. Try To Let Go is het absolute dieptepunt. Het is net een hiphoprock lied uit begin 2000 waar toetsen uit de jaren tachtig in zijn gepropt. Als de heren vervolgens de zin "don't let it fuck you up" zingen, bekruipt mij het beeld van een groep opa's die stoer wil doen voor de kleinkinderen en daarbij de plank volledig misslaat. Tomorrow Never Comes kan je met een gerust hart aan je voorbij laten gaan.

DANIEL WEISS

Dive
(EIGEN BEHEER)
#instrumentaal #jazz #fusion

Dertien uur in de studio. Dat is de tijd die Daniel Weiss en zijn kompanen nodig hadden voor de opnames van Weiss' debuutalbum Dive. Hoewel de naam van de Israëliër op de hoes pronkt, is hij niet de enige hoofdrolspeler. In het energieke Toothpick geeft de gitarist de leiding aan saxofonist Omri Abramov en toetsenist Yaniv Taubenshouse. Samen met percussionist Nadav Gaiman, bassist Lior Ozeri en drummer Sharon Petrover weten ze er een waar jazzfeest met progressieve invloeden van te maken. Op het einde is er nog wat ruimte voor het gitaarwerk van Weiss, maar het siert hem dat hij zichzelf niet belangrijker vindt dan het geheel. In K4Y gaat de Israëliër wel helemaal los en hierbij hoor je in de compositie en zijn gitaarspel de invloeden van zowel jazz als progressieve rock goed terug. Waar de eerdergenoemde nummers flink wat vaart hebben, is er ook ruimte voor wat rustige, zwoele jazz. Land Of The Dreamers en Dan's Mode zijn zeer rustgevend en brengen je een beetje in een onderwater sfeer. Back Home heeft dit ook en is extra krachtig vanwege de ogenschijnlijke simpliciteit. Je zou kunnen zeggen dat er muzikaal weinig gebeurt, maar emotioneel gebeurt er juist heel veel. Elke aangeslagen noot van zowel de piano als de gitaar lijkt een woord uit een ontroerend verhaal te zijn. Riviera Paradise en Lenny van Stevie Ray Vaughn & Double Trouble schieten op zo'n moment te binnen. Earth is de tien minuten durende afsluiter waarin alles samenkomt. De muziek geeft je het gevoel dat je onderwater bent, waarna de breakdown je langzaam naar boven brengt. Wat volgt is nog het beste te omschrijven als het gevoel dat je krijgt bij de eerste hap adem na een fijne duik. Daniel Weiss levert met Dive een zeer puik debuut af.